Kwekers gaan geld verdienen met hun afval

Na de oogst van tomaten of paprika’s blijft er restmateriaal achter in de kas, zoals plantenstengels en bladresten. De afvoer daarvan vormt een kostenpost voor de kweker, maar het is tegelijkertijd een uitgelezen kans voor recycling. 

Deel deze pagina

Stelt u zich eens voor: een tomatenkweker die zijn tomaten verkoopt in doosjes die gemaakt zijn van restmateriaal van zijn eigen tomatenplanten. Is dat niet het toppunt van duurzaamheid? 
Ja dat is het – en het is niet eens dagdromerij, want het is een van de eerste concrete voorbeelden van reststroombenutting in de glastuinbouw. Het AgriVizier project 'Meerwaarde uit reststromen' is een relatief klein project met bescheiden financiële middelen, legt projectleider Jan van Dam van Wageningen UR uit. “Onze doelstellingen zijn weliswaar ambitieus, maar we hoeven geen grote wetenschappelijke doorbraken te realiseren. We willen vooral kijken wat we in de praktijk voor kwekers van vruchtgroenten kunnen betekenen.”
 

Van kostenpost naar grondstof

Glastuinbouwondernemers uit de Middenmeer hebben de vraag neergelegd om te kijken of ze hun reststroom van kostenpost kunnen veranderen in een waardevolle grondstof. 
Van Dam refereert daarmee aan wat als de ontstaansreden voor het project kan worden beschouwd. Kwekers van bijvoorbeeld tomaten, komkommers of paprika’s blijven na de oogst zitten met gewasresten, zoals stengels en bladafval. Dit restmateriaal, afval in feite, moet afgevoerd worden – en dat is een kostenpost voor de kwekers. Een perceel tomaten ter grootte van een hectare levert jaarlijks circa dertig ton restmateriaal op. Om dat af te laten voeren naar installaties waar het wordt vergist of gecomposteerd, kost ongeveer duizend euro. Logisch dat de kwekers geïnteresseerd zijn in mogelijkheden om geld te verdienen met hun gewasresten. Dat is dus waar het project 'Meerwaarde uit reststromen' zich op richt. Het is de bedoeling dat met het project de potentiële waarde van restmateriaal in de vorm van hoogwaardige toepassingen wordt aangetoond en benut. Dat levert weer een bijdrage aan verhoging van de duurzaamheid van de tuinbouw in Noord-Holland Noord.
Zoals al opgemerkt is het een kleinschalig project, zonder harde deadline. Het verkeert nu in de fase dat studenten van de laboratoriumopleiding in Beverwijk zich bezighouden met het analyseren van door kwekers ter beschikking gesteld restmateriaal. Van Dam: “Ze kijken allereerst naar de samenstelling en de kwaliteit van de gewasresten. Vervolgens is het de vraag welke stoffen naast de vezels geschikt zijn om te gaan gebruiken. En ook: welk deel van het materiaal is geschikt? Dat zou in theorie tot een heleboel mogelijkheden kunnen leiden, maar in alle gevallen is de cruciale vraag: is het economisch ook rendabel? Dat is nog een heel gepuzzel hoor.”
 

Maatwerk

Het hierboven genoemde voorbeeld van de op blad en stengel gebaseerde tomatenbakjes laat zien dat het gepuzzel tot perfect maatwerk kan leiden. Een kweker die op biologische basis duurzaam produceert, zal waarschijnlijk graag bereid zijn om een verhoudingsgewijs iets hogere prijs voor zijn verpakkingsmateriaal te betalen. Een ecologisch tomatenbakje is voor hem immers een marketinginstrument. Het is tegelijk een aansprekend voorbeeld van wat wel ‘de circulaire economie’ wordt genoemd. 
Er zijn meer innovatieve toepassingen op het gebied van het gebruik van restmateriaal denkbaar. In tomatenplanten zitten bijvoorbeeld van nature stoffen die de plant beschermen tegen schimmels. Als je die stoffen eruit haalt, zou je daarmee een gewasbeschermingsmiddel op biologische basis kunnen maken. Ook geur- en smaakstoffen zijn bruikbaar in respectievelijk parfums en als additief in levensmiddelen. De laatste toepassingen zijn vanzelfsprekend gebonden aan strenge toelatingseisen op het gebied van voedselveiligheid en gezondheid. Andere toepassingen zijn minder complex. Denk aan het gebruik van vezels uit plantenstengels voor de productie van papier, karton, verpakkings- en bouwmaterialen. Ook het gebruik van eiwitten voor het maken van diervoeding of lijmstoffen is een reële mogelijkheid.
Voor de in Middenmeer gevestigde kwekers die deelnemen in het project is de uitkomst vooral een rekensom: welke toepassing brengt hun kosten het meest naar beneden? Toch zijn zij wel degelijk inhoudelijk geïnteresseerd, zegt projectleider Van Dam, het gaat immers om hún restmateriaal. “Door ondernemers en onderzoekers met elkaar in verbinding te brengen komt de praktijk een stap verder bij het zoeken naar vernieuwingen met toegevoegde waarde voor de bedrijven.”
 

Agrarische innovatie in Noord-Holland

In het project AgriVizier werken onderwijs, onderzoek en advies samen aan vragen van ondernemers inzake innovaties in de Agribusiness. Onder de vlag van AgriVizier wordt gewerkt aan meerdere deelprojecten. Eén daarvan is het deelproject ‘Meerwaarde uit reststromen’. 
GreenPort Noord-Holland Noord is een van de meest veelzijdige agriregio’s van Nederland die werkgelegenheid biedt aan vijftien- tot twintigduizend werknemers. Innovatie geldt als een van de belangrijkste speerpunten voor GreenPort Noord-Holland Noord. Dit krijgt gestalte in het project AgriVizier. Partners zijn onder andere Wageningen UR, TNO, DLV Plant en Clusius College. 

Het project AgriVizier is mede mogelijk gemaakt met steun van  het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling  van de Europese Unie (EFRO),  met als doelstelling de agribusiness  in de kop van Noord Holland verder te ontwikkelen. De subsidieaanvragers zijn GreenPort Noord-Holland Noord,  Wageningen UR/DLO (PPO-fruit) en het Clusius College. 

Bron: greenportnhn.nl